Schuldbelijdenis voor historische zonden: theologie en beperkingen
Door: Pieter Bos
Enkele maanden geleden preekte ik in een methodistengemeente in Sao Paulo, Brazilie. Na afloop kwam een mevrouw op me af: "Wilt u mij vergeven dat ik voor mijn bekering de Hollanders vele malen heb vervloekt? Omstreeks de eeuwwisseling kwamen de Nederlandse kolonisten met lasso's de meisjes van onze (indianen-)stam vangen voor slavernij; mijn overgrootmoeder was zo'n slachtoffer; mijn grootmoeder is geboren uit gedwongen prostitutie." Wat moest ik zeggen? "Mevrouw, ik wist niet eens iets van die vervloeking," of: "die oude schande kan u toch niet meer deren?" Of moest ik met Nehemia zeggen: "Ik, mijn vaderen en mijn volk hebben gezondigd" (Neh 1:4-7)?
Daniël, Ezra, Nehemia
Het concept 'identificerend schuldbelijden' voor historische zonden is bijbels en de bijbel geeft zelf de stappen aan. Het voorbeeld van Daniel is niet een voorbeeld ter navolging, maar wel de illustratie van een bijbels/theologisch principe ter toepassing. Daniel leest dat volgens Jeremia de ballingschap 70 jaar zal duren. Als hij berekent dat die tijd is verstreken, bedenkt hij ook dat de reden van de ballingschap, Juda's zonde, nog nooit als zonde is beleden en dat God dus, in juridische zin, nog niet tot vervulling van zijn belofte kan overgaan. Daarom belijdt hij eerst, hfst 9:5-19, veertien verzen lang, de zonden van zijn volk, zich met zijn volk identificerend, eindigend met "O Here, hoor, o Here, vergeef". Daarna vraagt hij om terugkeer van het volk. De terugkeer komt dan inderdaad op gang. Als echter de terugkeer na ongeveer 40 jaar stagneert, belijdt Ezra weer dezelfde zonden, hfst 9:6-15. Opnieuw komt de terugkeer op gang. Bij stagnatie nog weer tien jaar later is het Nehemia die dezelfde zonden identificerend belijdt. Dan lijkt het genoeg. Waarom driemaal, daarover aan het eind. Eerst twee andere conclusies/concepten:
1. Corporatief denken
Ons westers individualisme heeft weg-geerodeerd wat in Zuid-Oost Europa, Afrika en Azie nog bestaat en wat normaal is in bijbels denken: een volk is meer dan haar leden tezamen, zij is een corporatieve persoonlijkheid. Volken worden aangesproken als persoon: "O jonkvrouw Israel, O dochter Moab". In Jes 47: "O jonkvrouw Babel" en "O wellustige Babel". Volken worden opgedragen God te loven (o.a. Ps 117); ze worden in OT en NT gewaarschuwd dat er een oordeel komt. Achan vertegenwoordigt zijn hele volk, zodat God tegen Jozua kan zeggen: "Sta toch op, waarom ligt gij daar op uw aangezicht? Israel heeft gezondigd!" Maar ook: als Juda/Jeruzalem zondigt, zegt God: "Ik zoek naar iemand die zijn volk/stad wil vertegenwoordigen in schuldbelijdenis, want anders moet ik wel straffen" (Jes 59:16-17, Jer 5:1, Ez 22:30). Dit concept, dat elk persoon zijn volk vertegenwoordigt, ten kwade en ten goede, hoort gewoon bij het individueel en corporatief persoon zijn.
2. Historisch denken
In de 'verbondsacte' Leviticus 26 legt God de voorwaarden neer voor de zich verbindende partijen. Opvallend in dit verband zijn de ernstige vervloekingen, maar ook de hoopgevende clausule in vs 40-42: "Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die van hun vaderen... dan zal ik het verbond gedenken..." Met andere woorden: een volk als persoonlijkheid is natuurlijk veel ouder dan haar individuen. Israel is 5759 jaar, Nederland is 186 jaar, of 430 jaar, of ruim 800 jaar, of hoe we het ook allemaal uitrekenen. Vandaar dat Daniel, Ezra en Nehemia geen moeite hebben met het verantwoording nemen voor het kwaad van hun volk, hoe oud ook. Vandaar dat God David aanspreekt op de zonden van zijn voorganger Saul tegen het verbond met de Gibeonieten (resp. 40 en 400 jaar geleden, 2 Sam 21); vandaar dat Jezus "moeder Jeruzalem" aanspreekt op het bloed van Zacharia en Abel (resp. 400 en 4000 jaar geleden, Matt 23:29-37). Vandaar dat Jezus de Galilese steden waarschuwt voor het oordeel over de steden in en buiten Israel (Matt 11:20-24). NB: met de beide laatste referenties continueert Jezus beide concepten naar de NT periode.
Individualisme afleggen
Met andere woorden: individualisme verzet zich misschien tegen corporatief en historisch denken, maar dat moeten we dan als bijbelgelovigen onderkennen en afleggen. Elke Nederlander kan worden aangesproken op zonden zo oud als onze (culturele of staatkundige) eenheid; dit is zwaar. EN elke Nederlander kan deze voor God en zijn medemens voor zijn rekening nemen; dat geeft licht.
Verbondsrelatie
Nu was voor Daniel, Ezra en Nehemia het theologisch kader voor het identificerend schuldbelijden het verbond van God met Israel. Geldt zulk een geestelijk kader ook voor andere volken? Een weinig besproken werkelijkheid is dat God ook een "verbond met alle volken" had: Jes 24:6, Zach 11:10, en zal hebben: Jes 25:6-7 en Openb 21:3. Voor een complete exegese is hier geen ruimte. Maar alleen vanuit deze bewogen verbondsrelatie is te begrijpen dat God door Mozes en Jozua, door Saul en David, door de psalmisten en de profeten, zich voortdurend en indringend richt tot alle volken, de "kustlanden" (Nederland!) niet uitgesloten. Te veel referenties om op te noemen. Het meest representatief is Jeremia, een "profeet tot de volken" met woorden tot "machtige landen en grote koninkrijken" (1:5-10, 28:7-9). Al deze bemoeienis is niet afstandelijk, ook niet omdat God nu eenmaal Schepper is, of alleen omdat de volken iets tegen Israel hadden gedaan, dat ook, maar het was bemoeienis als verbondspartner. God schiep de volken, richtte een verbond met hen op, sprak hen daarop vele malen aan, verbrak het tenslotte, biedt een nieuw verbond aan, geeft hen een eerlijk oordeel (o.a. Matt 25:31-46) en zal weer volken hebben op de nieuwe aarde (Openb 21:3,24,26; 22:2).
Ken de geschiedenis
We hebben gedegen kennis nodig van de geschiedenis. De soorten zonden die voor het eindoordeel als terzake worden aangemerkt zijn:
- oorlogen (Jes 2:4, Mich 4:3);
- het gedrag t.o.v. Jezus minste (Joodse en christelijke) broeders (Joel 3:19, Matt 25:40,45);
- het gierig handelen met Babylon;
- het zich overspelig met haar gedragen, dat is: een verbond sluiten met haar in plaats van met God (Joel 3:12, Openb 17, 18).
Met het oog daarop moeten we dus de geschiedenis lezen. Maar ook: waarom dat "driemaal" belijden van de zelfde schuld, door DanieL, Ezra en Nehemia?
Wettige vertegenwoordiging
Schuld belijden en vergeving vragen voor nationale zonden kan alleen volledig gebeuren door een "wettige" vertegenwoordiging van de betreffende zondigende regering. (Als ik van nu af " " gebruik bedoel ik het conceptueel, in concreto misschien niet onmiddellijk aanwijsbaar.) Juda werd in ballingschap gevoerd om de zonden van met name koning Manasse. Wie kon "op dat niveau" die vreselijke schuld belijden? God begon te "zoeken naar een man die op de bres wou staan" (zie boven) en vond alleen Daniel. Dat was nog niet het niveau, maar het maakte wel iets los in geestelijke zin: de duivel als beschuldiger moest een stap terug doen en Gods rechtvaardigheid had weer een ingang in het volk. En in zijn genade begon hij zijn belofte al te vervullen. Toen er eenmaal weer een vorm van volksleven was met een "geestelijke overheid", kon God een stap verder gaan: corporatieve schuld moet op corporatief niveau worden beleden; de geestelijke overheid heeft hier een cruciale verantwoordelijkheid; God vond Ezra. Ook diens schuldbelijdenis maakte weer iets los in geestelijke zin: nu was het wachten nog op de "wettige" regering om schuld te belijden, en God vond Nehemia. Met andere woorden, theologisch vertaald: het belijden van nationale historische schuld begint (meestal) ermee dat voorbidders het doen (in de zin van: voorbereiden), dan dat "de kerk" het doet (in de zin van: voorbereiden) en tenslotte dat de wereldse overheid het echt doet.
Bang voor het eindoordeel?
In 1996 publiceerde een groot Londens weekblad een artikel van twee pagina's onder de titel: "Worden Regeringen Bang Voor Het Eindoordeel?" waarin een niet-christelijke journalist een lijst van recente excuses/schuldbelijdenissen/vergeving vragen rapporteerde door regeringen. De wereld zal er niet van horen, maar achter elk hiervan waren voorbidders en daarna "de kerk" bezig geweest met de geestelijke voorbereiding. Bij een aantal was ik getuige. Een paar keer was de datum van de publieke schuldbelijdenis onmiddellijk na die door "de kerk" (in een schamele vertegenwoordiging, alsof God wachtte tot hij eindelijk kon vergeven. En zo is God toch?). Bijvoorbeeld het vergeving vragen door de Portugese regering voor de Jodenvervolging van 1492 in 1988, het vergeving vragen voor de wreedheden door Japan jegens Korea voor en tijdens de WOII in 1993, een doorbraak in de vredes-onderhandelingen in Noord Ierland in 1995.
Daniël-rol
Bij een aantal was ik betrokken, in een "Daniel-rol". Elke Nederlandse gelovige, of moet ik zeggen: elke Nederlandse voorbidder, moet bereid zijn die rol te vervullen; welk gebed tenslotte de "Daniel-stap" in geestelijke zin zal teweeg brengen is aan God: 1990 en '95 Noord Ierland, 1991, '93, '99 België; kolonialisme: Argentinie 1994, Zuid Afrika 1997, Indonesie 1998, Brazilie 1998; slavenhandel: Washington 1995, Benin, Ghana, Togo 1997, Brazilie 1998, '99. Ik kan getuigen dat er alle keren sprake was van een wonderlijke samenloop van omstandigheden, die ik begreep als Gods leiding.
Ezra-rol
Elke Nederlandse dominee of voorganger moet bereid zijn met andere geestelijke leiders "de kerk" te vertegenwoordigen voor de "Ezra-rol". Welke gebeden tenslotte de "Ezra-stap" in geestelijke zin zullen teweeg brengen is aan God. Parmantigheid van voorbidders of voorgangers die "het hebben doorgesneden in de hemelse gewesten" is uit de boze; God zoekt mannen en vrouwen die zich verootmoedigen omdat ze Gods heiligheid beseffen, die beseffen dat vloeken Gods werk in bijvoorbeeld evangelisatie in de weg staan, die beseffen dat het als land "hoereren met Babylon" een nieuw verbond van hun land met God blokkeert.
Nehemia-rol
Wist u dat de presidenten van Zambia (1991), Uganda (1997) en Benin (1997) en de koning van Tonga christen zijn en mede namens hun parlement een verbond hebben gesloten met God, hun land hebben opgedragen aan Jezus, de Koning der koningen?
Tenslotte
Een goede vraag is: "Worden Regeringen Bang Voor Het Eindoordeel?" Ook een goede vraag is deze: "Is De Kerk Zich Bewust Van Haar Nationale Verantwoordelijkheid In Gebed?" Het Millenniumgebed was een manifeste Daniel-stap; blijft "de kerk" toekijken, discussieren? Of komt ze tot een Ezra-stap?
Over de auteur
Pieter Bos was veertien jaar stedebouwkundig adviseur en vijftien jaar zendeling bij Jeugd met een Opdracht in Amsterdam. Hij leidt nu samen met zijn vrouw Helene de zendingsorganisatie "Serving the Nations". Hij is nationaal coordinator van het Stads- en Regiogebed Nederland en mede-oprichter/bestuurslid van de European Prayer Link. Hij geeft internationaal les over Gods plan met en verzoening tussen de volken.


Reader Comments