Opwekking JA, maar kom niet aan mijn gemeente!
Door: Pim van Arnhem en Marc van der Woude
"Opwekking JA, maar kom niet aan mijn gemeente." Dat is kort gezegd de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat Joel Ministries en Impuls eind 2001 in samenwerking met het Landelijk Platform van de Volle Evangelie en Pinksterbeweging uitvoerden onder (veelal evangelische) gemeenteleiders. Daaruit blijkt dat in driekwart van de steden en regio's in Nederland een proces van interkerkelijke samenwerking op gang is gekomen, maar dat dit vrijwel overal nog in de kinderschoenen staat. Een overgrote meerderheid van de gemeenteleiders gelooft dat God een opwekking kan en wil geven, maar vindt dat de eigen gemeentegrenzen daarvoor niet al teveel mogen worden opgerekt.
In steeds meer plaatsen in Nederland is sprake van een (nog prille) samenwerking tussen gemeenteleiders op het vlak van gebed, eenheid en evangelisatie. In sommige plaatsen loopt dat goed, in andere stagneert het. Voor Joel Ministries (de uitgever van Joel News) en Impuls (een organisatie voor gemeente-opbouw) was het aanleiding om evangelische gemeenteleiders uit verschillende steden in Nederland een vragenlijst voor te leggen aan de hand waarvan twee zaken werden onderzocht:
1. Hoe denken gemeenteleiders over opwekking, gebed, eenheid, evangelisatie en leiderschap? Wat zijn hun overtuigingen en uitgangspunten?
2. Wat komt er in de praktijk van interkerkelijk stadsbreed gebed, eenheid en evangelisatie terecht? Wat zijn de belangrijkste resultaten en blokkades? Welke concrete stappen zetten leiders om randvoorwaarden te scheppen voor een geestelijke herleving in hun stad of regio?
EERSTE RESULTATEN
Het onderzoek leverde interessante informatie op. In de eerste plaats bevestigde het dat we in Nederland nog maar in de beginfase staan van een proces van stadsbrede samenwerking. En dan hebben we het vooral over de kwaliteit (de diepgang en impact) van dit proces, want het verschijnsel stadsbrede samenwerking is wijd verbreid. Maar liefst driekwart van de gemeenteleiders geeft aan dat er in hun stad/regio al een proces van eenheid op gang is gekomen. Daar zijn vooral evangelische, charismatische en reformatorische gemeenten bij betrokken. De drie belangrijkste resultaten van deze 'oecumene van het hart' zijn:
1. gemeenteleiders leren elkaar kennen en gaan elkaar respecteren;
2. gemeenteleiders bidden samen en/of er is een interkerkelijk stadsgebed ontstaan;
3. een groeiende samenwerking tussen gemeenten (bijv. op het vlak van evangelisatie, al blijft het in de meeste gevallen nog wel op 'veilige afstand').
VIER SUCCESFACTOREN
Hoe kunnen gemeenten komen tot een gezamenlijke strategie om de hele stad te 'verzadigen' met het evangelie? De gemeenteleiders noemen vier factoren die volgens hen van doorslaggevend belang zijn:
1. gezamenlijk gebed;
2. elkaar leren vertrouwen/accepteren/respecteren/liefhebben (dus groeien in relatie en vriendschap);
3. in eenheid optrekken van vele leiders/kerken/kerkvormen (dus eenheid in diversiteit, met behoud van de eigen 'kleur');
4. het ontwikkelen van een gezamenlijke visie voor de stad/regio (d.w.z. een overkoepelend missionair plan).
VIER BLOKKADES
Maar er zijn ook serieuze blokkades in dit proces van eenheid. De vier grootste zijn:
1. gemeenten zijn erg met zichzelf bezig en denken nog steeds vanuit een 'concurrentie-paradigma' (het veiligstellen van het eigen 'marktaandeel' ten opzichte van andere gemeenten);
2. een gebrek aan tijd/prioriteit. In de praktijk wordt aan eigen gemeente-activiteiten meer prioriteit toegekend dan aan stadsbrede initiatieven. Veel gemeenteleiders maken niet de principiele keuze om dit patroon te doorbreken, waardoor stadsbrede initiatieven vaak een kwakkelend bestaan leiden;
3. inhoudelijke/theologische verschillen/geschillen;
4. gebrek aan visie, geloof en communicatie. In wezen legt dit de behoefte bloot aan profetisch en apostolisch leiderschap, al leggen de gemeenteleiders deze link niet met zoveel woorden. In onze observatie zijn het meestal profetische leiders die de 'stadskerk' (het geheel van gemeenten in een stad/regio) visie geven en apostolische leiders die de stadskerk in beweging zetten.
De gemeenteleiders zijn optimistisch over hun vermogen de leiding van de Heilige Geest te verstaan (en die boven hun eigen agenda te stellen), hun bewogenheid met mensen buiten de kerk en de mate waarin ze jonge leiders opleiden en 'vrijzetten'. Deze gebieden stonden onderaan het lijstje met mogelijke tekortkomingen.
DRIE ONONTGONNEN GEBIEDEN
Hoewel dus de eerste stappen op het pad van de interkerkelijke eenheid zijn gezet, blijkt uit het onderzoek ook dat er nog gebieden zijn die vrijwel onontgonnen zijn. De drie belangrijkste zijn:
1. verzoening tussen leiders en gemeenten waar in het verleden een scheuring is geweest of waar over en weer negatief is gesproken;
2. contacten met de gemeentelijke overheid (denk aan B&W, plaatselijke politiek, politie en andere gemeentelijke diensten en organen);
3. uitwisseling van bedieningen tussen gemeenten (kanselruil, uitlenen van toerustings- en evangelisatiewerkers en ander potentieel).
Opvallend is dat de meeste gemeenteleiders aangeven vrijwel geen behoefte te hebben aan informatie, training en begeleiding om eenheid en stadsstrategie in hun stad/regio goed op de rails te krijgen. Uit de reacties maken we op dat de leiders vinden dat ze met een regelmatig voorgangersgebed of een gezamenlijke dienst al goed op streek zijn, terwijl het proces daarmee nog maar in de kinderschoenen staat. Het lijkt erop dat ze tevreden zijn met 'kleine stapjes' en gedrevenheid missen om het stadsproces op een hoger plan te tillen en daarmee de nodige diepgang te geven.
VIJFTIG STELLINGEN
Om inzicht te krijgen in hoe gemeenteleiders denken over opwekking, gebed, eenheid, leiderschap en evangelisatie, en hun overtuigingen te 'toetsen' aan de praktijk, legden we hen vijftig stellingen voor. Op een schaal van 1 t/m 5 konden zij aangeven in welke mate zij zich in de betreffende stelling konden vinden. Dit levende interessante inzichten op.
...OVER OPWEKKING EN VERANDERING
Zo blijkt dat er in evangelisch-charismatische kringen in Nederland een sterk verlangen is naar opwekking en transformatie. De overgrote meerderheid (meer dan 85%) van de gemeenteleiders gelooft dat:
- God in mijn stad een grote opwekking kan/wil geven;
- er geen opwekking zal komen als we niet aanhoudend, eensgezind bidden;
- sociale transformatie in een stad (waarbij het evangelie alle lagen van de maatschappij beinvloedt) een legitiem doel is om na te streven.
"Maar," zegt een even grote meerderheid, "een dergelijke opwekking heeft vrijwel niets te maken met vernieuwing van de gemeentestructuren." Oftewel: "kom niet aan mijn gemeente, we doen het prima en we hoeven niet te veranderen om een opwekking aan te kunnen." Dit impliceert volgens ons twee dingen:
1. gemeenteleiders zien maar weinig noodzaak om hun gemeenten voor te bereiden op de oogsttijd die ze verwachten;
2. ze denken dat God de wereld om hen heen gaat transformeren zonder eerst henzelf en hun gemeenten te transformeren.
Als onze assumptie klopt, dan zijn dat twee fundamentele onderschattingen. Volgens ons zal de kerk in haar huidige vorm nooit in staat zijn de wereld te discipelen. Op dit moment zien we dan ook dat de wereld de kerk discipelt in plaats van andersom.
...OVER EFFECTIEF LEIDERSCHAP
Uit het onderzoek blijkt dat de meeste gemeenteleiders de overtuiging delen dat God een plan heeft voor hun stad/regio en dat zij een geestelijke verantwoordelijkheid voor hun stad dragen. Maar op het niveau van de plaatselijke gemeente en de 'stadskerk' (de gezamenlijke gemeenten in een stad) wordt dat gedachtegoed vrijwel niet uitgeleefd.
De stadskerk heeft een eigen leidersteam nodig, vinden de meeste gemeenteleiders. En voor dat team zijn vooral mensen nodig met apostolische (strategische) kwaliteiten. Opvallend genoeg herkent ongeveer 40% van de gemeenteleiders bij zichzelf zo'n 'apostolische gave'. Dat is rijkelijk veel als je bedenkt dat leiders met aantoonbare apostolische kwaliteiten over het algemeen dun zijn gezaaid. Zou werkelijk 40% van de gemeenteleiders deze kwaliteit hebben, dan zou 40% van de gemeenten in Nederland sterk groeien en zou 40% van de stadsbrede initiatieven zich voortvarend ontwikkelen.
Vrijwel alle gemeenteleiders verklaren dat leiderschap meer te maken heeft met relatie dan met positie. Toch investeert slechts de helft van hen tijd in het trainen en coachen van jonge leiders.
...OVER DE HOBBELS NAAR EENHEID
Als het aankomt op eenheid en samenwerking zijn er verschillende zaken waar gemeenteleiders het maar niet eens over kunnen worden. Moet stadsbrede samenwerking bijvoorbeeld alle kerken en gemeenten in een stad omvatten om succesvol te kunnen zijn? Is de relatie met leiders en gemeenten in mijn stad/regio belangrijker dan de denominatie waar we bij zijn aangesloten? Moet ik omwille van het proces van eenheid in mijn stad een aantal van mijn eigen doelen en verlangens opgeven? Moet mijn gemeente praktisch en/of financieel bijspringen als andere gemeenten in de stad het moeilijk hebben?
Dit zijn lastige vragen. Niet voor niets heeft slechts 25% van de samenwerkingsverbanden al een concrete gezamenlijke visie verwoord.
Theologische verschillen worden minder belangrijk. De meeste gemeenteleiders delen de stelling dat hun eigen gemeente geen betere theologie heeft dan andere gemeenten in de stad. En 70% ziet ook samenwerking met katholieke leiders wel zitten. Maar dat leidt nog niet tot concrete stappen op het vlak van kanselruil. 20% van de leiders geeft aan wel eens van kansel te hebben geruild, maar het betreft dan vooral gemeenten van de eigen kerkelijke traditie. Het is nog steeds uitzonderlijk voor een evangelische voorganger om in een reformatorische kerk te spreken en andersom.
...OVER GEBED EN ONDERZOEK
Op het vlak van gebed en onderzoek onderschrijft een grote meerderheid van de gemeenteleiders deze vier stellingen:
1. Satan heeft op dit moment meer invloed in mijn stad dan Jezus;
2. de kerk is geroepen om strijd te voeren tegen demonische overheden en machten in de stad ('geestelijke oorlogvoering');
3. collectieve en historische zonden (van de kerk of de stad) zijn anno 2002 nog heel relevant; het is nodig daarvoor schuld te belijden ('plaatsvervangend schuldbelijden');
4. voorbidders zijn geen zweverige mensen (er kan dus mee worden samengewerkt).
De meeste gemeenteleiders onderschrijven het belang van onderzoek ('spiritual mapping'), maar nog geen 20% heeft dergelijk onderzoek gedaan of laten doen naar de geestelijke en sociale situatie in zijn stad.
De helft van de voorgangers zegt dagelijks voor zijn stad te bidden, de andere helft doet dat niet. In iets meer dan de helft van de steden/regio's is een voorgangersgebed van de grond gekomen.
...OVER EVANGELISATIE EN DE KLOOF
Bijna 80% van de gemeenteleiders constateert dat er een kloof is tussen de kerk en de maatschappij, waardoor de kerk nog te weinig relevant is voor mensen die God nog niet kennen. Ook zeggen de meeste gemeenteleiders heel goed te begrijpen waarom mensen teleurgesteld zijn geraakt in de kerk. Ondanks dit gegeven:
- zijn de meeste leiders terughoudend om de structuren van hun gemeente aan te passen;
- weet maar 30% van de kerken wat haar roeping is en hebben zij een strategie om die roeping te verwezenlijken;
- onderschrijft slechts de helft van de gemeenteleiders de stelling dat 'de kerk er in de eerste plaats voor haar niet-leden is';
- wordt in minder dan 10% van de gemeenten moeite gedaan om zakenmensen toe te rusten voor hun bediening;
- werkt maar 40% van de gemeenten op het vlak van evangelisatie structureel samen met andere gemeenten in de stad.
De overgrote meerderheid van de leiders gelooft niet in de effectiviteit van grote evangelisatie-acties als IWT en Sonrise om hun stad te bereiken. Minder dan 10% is hier volmondig voorstander van. Ook zijn kant-en-klaar evangelisatieconcepten uit het buitenland niet langer populair.
Iets meer dan de helft van de ondervraagden zegt wel te geloven in het stichten van nieuwe gemeenten, ook van speciale 'jongerenkerken', wat opmerkelijk is omdat de belangstelling voor gemeentestichting de afgelopen jaren juist is afgenomen.
CONCLUDEREND...
In zijn algemeenheid kun je uit dit onderzoek drie conclusies trekken:
1. gemeenteleiders willen opwekking en weten allemaal wat daarvoor nodig is;
2. ze denken van zichzelf dat ze best aardig op streek zijn;
3. maar als je even doorvraagt, blijft daar weinig van over.
Interkerkelijk overleg en af en toe een gezamenlijk gebed of dienst geeft hen het gevoel dat ze heel aardig samenwerken (en het is ook een goed begin), maar het staat allemaal nog in de kinderschoenen en het zet voor buitenkerkelijken vrijwel geen zoden aan de dijk. Er wordt nog onvoldoende strategisch gedacht en effectief gehandeld.
Wat kunnen we hieraan doen? Op basis van de ervaring met transformatie en stadsbrede samenwerking in andere landen, kunnen we in ieder geval drie sleutels aanreiken:
1. Om vrucht te kunnen dragen moet een graankorrel eerst in de aarde vallen en sterven. Dat is een geestelijk principe. Durven we God te vragen om ons dood te maken aan onze eigen kracht en ambities, zodat Zijn kracht en passie tevoorschijn kunnen komen? Op dit moment gaan veel christenen door zo'n proces van doodgaan aan zichzelf en aan eigen werk. Dat is nodig om een diepere afhankelijkheid van de Heer te krijgen, zodat Hij ons kan gebruiken op de manier zoals Hij wil.
2. Het meest krachtige wapen in de hemelse gewesten is een verbond. Als wij een verbond met God aangaan ten behoeve van onze stad, kan Satan daar nooit tussen komen. Laten we besluiten om onszelf helemaal aan God en zijn plan met onze stad/regio te geven; in gebed, toewijding, middelen, tijd en passie. Dat soort toewijding is een open uitnodiging voor God om zijn Geest krachtig te laten meewerken.
3. Het is cruciaal dat we Gods tijden, mensen en zalvingen leren onderscheiden. Dat betekent niet op eigen kracht iets starten, maar het geboren laten worden uit de Heilige Geest, op Gods tijd, met de juiste mensen op de juiste plek, en met Gods zichtbare kracht. Het is een geheim dat we nog maar ten dele hebben ontdekt.
Verder bieden de hierboven beschreven onderzoeksresultaten tal van aandachtspunten om het proces van eenheid en stadsstrategie te versterken.
ACHTERGRONDEN BIJ HET ONDERZOEK
We hebben enkele honderden vragenlijsten verspreid, waarvan er 70 compleet ingevuld retour kwamen. Het onderzoek bestond deels uit open vragen, deels uit stellingen. Omdat de omvang van het onderzoek beperkt is, en de vragen niet aan de hand van wetenschappelijke normen zijn opgesteld, hebben we bewust geen exacte percentages vermeld, maar globale scores afgegeven. Het gaat hier dus om een indicatie van hoe de respondenten (een doorsnede van evangelische gemeenteleiders) denken. Waar gesproken wordt over een 'overgrote meerderheid', betreft het een score van minimaal 85%. Bij een 'meerderheid' gaat het om minimaal 70%.
Gehanteerde definities:
- gemeenteleider: een leidinggevende in een plaatselijke gemeente (doorgaans een voorganger/predikant of oudste/ouderling/diaken/evangelist).
- stadsstrategie: het proces waarin de gezamenlijke kerken in een stad groeien in eenheid, gebed, evangelisatie en sociaal werk met als doel te komen tot een gezamenlijke strategie om de stad in al haar geledingen te 'verzadigen' met het Koninkrijk van God.
- stadskerk: het totaal van alle christenen en gemeenten in een gegeven stad/regio.


Reader Comments