Jon Peterson: "Elke gemeente een huis van gebed"
"Ik zie een groeiende kloof tussen de 'gespecialiseerde' gebedsbeweging en leiders van plaatselijke gemeenten. God wil hen samenbrengen in één beweging om de stad te bereiken." Aan het woord is Jon Peterson, voormalig directeur van Jeugd met een Opdracht Amsterdam, voormalig medewerker van Ed Silvoso, en sinds enkele jaren associate pastor van de Metro Christian Fellowship in Kansas City, de gemeente waaruit het bekende International House of Prayer is voortgekomen. Hij kent de gebedsbeweging van binnenuit én weet hoe leiders van plaatselijke gemeenten in elkaar zitten.
De door Joel News en het stadsgebed Amsterdam georganiseerde avond trok bidders en leiders uit het hele land. Peterson was innemend en direct toen hij vertelde over zijn eigen 'ontdekkingsreis' op het gebied van voorbede en transformatie van steden. Hij constateert een groeiende vervreemding tussen de gebedsbeweging en leiders van plaatselijke gemeenten. En dat is jammer, want Jezus ziet elke gemeente als een huis van gebed voor de naties. "Gebed hoort een integraal onderdeel te zijn van de levensstijl van elke gelovige, niet het voorrecht van een exclusief clubje voorbidders."
De gebedsbeweging heeft een 'gebedsvirus' van God ontvangen dat Hij aan zijn héle Gemeente wil geven, meent Peterson. Maar dat lukt niet goed als de bidders in hun eigen gebedssubcultuur blijven zitten. "Soms lijkt het wel dat hoe gekker je doet als bidder, hoe heiliger je wordt gevonden. En we willen als het even kan morgen alvast een opwekking hebben, dus rennen we harder dan de leiders. Maar God heeft de héle Gemeente voor ogen. Voorbidders (mensen die gebed als hun eerste roeping zien) hebben als taak om het 'virus' dat ze van God hebben ontvangen over te dragen op andere christenen. Huizen van gebed en andere interkerkelijke initiatieven zijn er om plaatselijke gemeenten toe te rusten in het gebed. Als je zelf een passie voor gebed en voor Jezus hebt, kun je in anderen een verlangen opwekken naar meer van Hem. Zo kan gebed zich vermenigvuldigen in gemeenten."
Ook voorgangers dragen bij aan de afstand tussen plaatselijke gemeenten en de gebedsbeweging. "Je kunt geen gebedsbeweging bouwen met mensen die nauwelijks bidden," zegt Peterson. "De meeste gemeenteleiders hebben een complexe taak met veel verantwoordelijkheden. Hun eigen gebedsleven staat vaak op een laag pitje. En als je zelf niet warm loopt voor gebed, zul je als leider of gemeente ook niet zo snel aanhaken bij de stadsbrede of landelijke gebedsbeweging. Eerst moet dat vuur in je eigen leven branden. En vertrouwen en vriendschap vormen de sleutel om anderen, ook je voorganger daarin te helpen. Ze moeten merken dat je bereid bent hen en anderen te dienen. De focus van de gebedsbeweging zou daarom in de eerste plaats de gezondheid van de Gemeente van Jezus moeten zijn in al haar aspecten. Een gezonde Gemeente zal de stad bereiken en zal een opwekking aankunnen."
Peterson pleit daarom voor een 'normalisering' van het gebed. "Het moet een levensstijl worden om Jezus te betrekken bij iedereen die we ontmoeten (op school, op de werkvloer, in de wijk), in alles wat we doen en in elke situatie waarin we verzeild raken. Jezus is bezig zijn Gemeente te veranderen. Het draait niet meer om het gebouw, het programma en de zondagochtenddienst. Het gaat om leven met Jezus en elkaar van dag tot dag. Gemeente-zijn heeft alles te maken met goede huwelijken, hoe je relatie met je kinderen is, hoe je met je collega's op het werk omgaat, wat je in je eigen wijk kunt betekenen en of je mensen (christenen en niet-christenen) in het leven van alledag tot een discipel van Jezus maakt."
Het bereiken van de stad (stadsstrategie) begint dus bij onszelf. En het is geen quick-fix. Vooral het werken aan eenheid tussen bidders en gemeenteleiders kan een paar jaar duren. Het is een zaak van hartsrelaties, elkaar oprecht gaan waarderen, zodat er een affectie groeit. "En," zegt Peterson, "bedenk daarbij dat het niet óns werk is, maar dat Jezus zijn Gemeente bouwt."


Reader Comments